HET AARDBEIENSEIZOEN
Wie aardbeienplanten in de tuin of op het balkon heeft staan, vraagt zich vaak in het voorjaar af wanneer de eerste aardbeien geplukt kunnen worden en in de nazomer hoelang de aardbeienplanten nog zullen bloeien en vruchten geven.
Het antwoord hierop hangt sterk af van het type aardbeienplant dat je hebt: een juni-drager of een doordrager, die elk hun eigen specifieke oogstperiodes hebben.
Juni-dragers
- Bloemknopvorming: in de nazomer en herfst, bij kortere dagen en lagere temperaturen, leggen juni-dragers bloemknoppen aan.
- Rustperiode: die bloemknoppen blijven de hele winter in rust.
- Oogst: in het daaropvolgende voorjaar ontwikkelen ze zich tot bloemtrossen. Het resultaat is één grote oogstpiek in juni/juli.
- De planten maken dat jaar geen nieuwe bloemknoppen meer aan, het is klaar tot het volgende seizoen.
Doordragers
Doordragers werken volgens een ander systeem. Dat zijn wat wij in NL de doordragende planten noemen en in het buitenland vaak dagneutraal, wat betekent dat ze onafhankelijk van de lengte van de dag nieuwe bloemknoppen kunnen vormen. Twee factoren spelen de hoofdrol:
- Temperatuur: warmte bepaalt de snelheid waarmee bloemknoppen ontstaan en vruchten uitgroeien.
- Groeigraaduren (GGU) gebruiken we om de rekensom van alle uren boven een bepaalde basistemperatuur (bij aardbei vaak 4 °C) met een formule om te zetten zodat we (als de weersvoorspellingen uitkomen) een week of twee van te voren kunnen inschatten of de aardbeien rijp zullen zijn. Hoe sneller de GGU oplopen, hoe sneller er weer bloemen en vruchten gevormd worden.
Oogstpatroon
- Eerste flush: in het begin van het seizoen komt er een flinke, relatief gelijke golf van bloemen en vruchten. Dit zorgt voor een heerlijke start van een seizoen vol aardbeien.
- Daarna, blijft de plant doorlopend nieuwe bloemen en vruchten maken. Niet meer zo massaal tegelijk, maar wel continu verspreid over de planten. Zo kun je maandenlang plukken, tot de nachten structureel te koud worden.
Vergelijking in een notendop
| Kenmerk | Juni-drager | Doordrager |
|---|---|---|
| Bloemknopvorming | Najaar, bij korte dagen en koele nachten | Continu, zolang er voldoende licht en warmte is |
| Oogstperiode | Eén piek in juni/juli | Vanaf eind mei tot de kou in oktober/november |
| Oogstpatroon | Compacte oogstpiek | Eerste flush → daarna doorlopende oogst |
| Afhankelijkheid daglengte | Ja | Nee (dagneutraal) |
| Smaak | Rasgebonden | Rasgebonden |
Tip voor zelf kweken van aardbeien
- Zet doordragende aardbeien op een zonnige plek.
- Pluk regelmatig: dit stimuleert de plant om nieuwe bloemen te vormen, maar probeer er wel steeds twee dagen tussen te laten zitten, het plukken geeft de plant wel stress.
- Laat ook tijd zitten tussen plukken en blad verwijderen ook weer om stress te voorkomen.
- Laat een plant niet zowel vruchten dragen als uitlopers houden, dat vergt zoveel energie van de plant dat het ten kosten gaat van de kwaliteit en smaak van de aardbeien en ook van de uitlopers. Kies als je graag wil doorstekken met de planten, bijvoorbeeld twee goede planten uit die alleen maar uitlopers houden en waar de vruchtjes dus uitgeknipt moeten worden.
- Een aardbeienplant geeft ongeveer 15 stekjes
- Bescherm de planten in het najaar tegen vroege kou, bijvoorbeeld met vliesdoek of een tunnel.
- Geef water en voeding in balans, want een doordrager vraagt lange tijd energie.




